Terug
Sigrid

Het jaar zonder muziek

Theatermakers, socio-culturele werkingen, cinemazalen en zelfs een koor: bij de 340 lidorganisaties van NewB zit een keur aan culturele huizen en verenigingen. We zetten hen graag eens vol in de bloemen, de spotlights én in de zon, want ook voor hen was 2020 een jaar om nooit meer/heel snel te vergeten (het is maar hoe je het bekijkt).
 

Als we iets hebben geleerd van het afgelopen jaar, is het wel dat het leven maar saai is zonder muziek, zonder theater en zonder festivals. De cultuursector, historisch toch al geplaagd door gecumuleerde besparingen, ligt door de coronacrisis al zowat een jaar op apegapen. De sector heeft een omzet die vele malen groter is dan de subsidies die hij ontvangt. Bovendien is het een belangrijke werkgever. Heel even leek er licht aan het einde van de tunnel te schijnen en mochten de cultuurhuizen hun deuren weer op een kier zetten. Voor toeschouwers was het dan wel een heel andere ervaring, met een mondmasker in de theater- of bioscoopzaal zitten, omringd door lege stoelen en met eenrichtingsverkeer van en naar de vestiaire; het was alvast beter dan niets. De opflakkering van het culturele leven was van korte duur. 2020 was the year the music died.

Een film en een restaurant, weet je nog?

Les Grignoux heeft vier bioscoopzalen in Luik en Namen, twee restaurants en een café. De werking gaat veel verder dan die van een gewone bioscoop. Je kan er tentoonstellingen bezoeken of concerten bijwonen. De programmatie concentreert zich rond maatschappelijke thema’s zoals democratie, milieu, burgerschap en de verantwoordelijkheden van de financiële sector. Na filmvertoningen organiseert Les Grignoux debatten waarin publiek en experten in het onderwerp van de film met elkaar in gesprek gaan.

“Een belangrijk onderdeel van de werking is het educatieve luik,” zegt Stéphanie Croissant, gedelegeerd bestuurder bij Les Grignoux.  “In Brussel, waar Les Grignoux geen eigen zaal heeft, coördineren we samenwerkingen tussen filmzalen en scholen. Scholieren en studenten, van de allerkleinsten tot volwassenen, bezoeken de Brusselse partnerbioscopen van Les Grignoux.” Vaak hoort bij het bioscoopbezoek een educatief dossier, zodat leerkrachten met het materiaal aan de slag kunnen in de klas.

Ook Les Grignoux heeft een moeilijk jaar achter de rug. Ten zuiden van de taalgrens wordt er minder arbitrair gesnoeid in het cultuurbudget dan in Vlaanderen. “Maar de culturele sector blijft algemeen gesproken wel ondergefinancierd, zeker in verhouding tot het aantal mensen dat hij tewerkstelt.” Het personeelsbestand van Les Grignoux telt momenteel 170 medewerkers. “Wij draaien normaal voor 35% op subsidies, de rest halen we uit eigen inkomsten. We hebben wel extra steun gekregen van onze minister van Cultuur (Bénédicte Linard, Ecolo, nvdr). Dankzij haar steunfonds konden we onze mensen blijven betalen. Voor het horecaluik was het wel slikken, de restaurants en het café zijn ondergebracht in een vzw en hadden geen recht op overheidshulp. Dat is nog altijd een beetje spannend. En we zijn lang niet zo hard getroffen als sommige andere deelsectoren, denk maar aan theatermakers en muzikanten.”

Voor het filmluik is het wachten op versoepelingen. “In de lente hadden we dus die extra ondersteuning. We kregen steun voor de aankoop van sanitair materiaal zoals ontsmettende handgel, maskers en spatschermen en steun voor de heropening in juli. De zomer is sowieso geen topperiode, maar nu kwam er nog een ander probleem bij. We zijn op 1 juli weer opengegaan, maar er waren gewoon geen films. De verdelers hadden hun distributie on hold gezet vanwege de pandemie en we konden weinig grote producties programmeren, maar we hadden veel ‘kleinere’ kwaliteitsfilms. Ons trouwe publiek reageerde heel enthousiast. Tijdens de zomer hebben we ook de openluchtactiviteiten (concerten, openluchtcinema, open podium met onze partners) verveelvoudigd, die ondank het bescheiden aantal toeschouwers een groot succes waren. De meeste van onze zomeractiviteiten waren helemaal uitverkocht.”

Op dit moment zijn alle medewerkers op het terrein nog altijd werkloos. Denk aan bioscoop- en onderhoudspersoneel en de horeca. “Wij konden aanvankelijk niet op steun rekenen voor de horeca omdat we een vzw zijn. Na verscheidene verzoeken aan de regionale regering zijn we erin geslaagd te worden erkend als een commerciële non-profitorganisatie die normaal in aanmerking komt voor steun aan de horecasector. Dat was een opluchting voor onze mensen, maar tot op de dag van vandaag hebben wij nog steeds niets zien aankomen, ook al is ons pand sinds enkele maanden volledig stilgelegd, ook al zijn onze uitgaven reëel (huur, onderhoud, verzekering, enz.).”

De creatieve sector heeft haar adjectief zeker verdiend het afgelopen jaar. Ondanks de tegenslagen was het indrukwekkend hoeveel kunstenaars, muzikanten, comedians en schrijvers bleven creëren. Ze produceerden samen een digitaal aanbod om u tegen te zeggen.

Ook bij Les Grignoux blijft een aantal kantoormedewerkers doorwerken aan specifieke projecten om de band met het publiek te behouden. “Om toch een aanbod te hebben tijdens de lockdown hebben onze teams van Écran large sur tableau noir en Parc Distribution een project uitgewerkt in Luik voor Brussel en Wallonië, dat veel succes heeft geoogst bij het jonge publiek en gezinnen. Ze keken elke vrijdag naar een online vertoning van een film voor kinderen, gevolgd animatie-workshop voor thuis onder de naam "Cinépilou".

We zijn nog altijd broos. We zullen de schade in kaart moeten brengen en een inhaalbeweging plannen, maar momenteel is er nog geen uitzicht op heropening, hoewel uit verschillende studies blijkt dat bioscopen uiterst veilige plaatsen zijn.  We weten nu al dat 2021 nog gecompliceerder zal worden dan 2020.

 Voor Les Grignoux was lid worden van NewB een evidente keuze, zegt Stéphanie Croissant. “De waarden van NewB stroken met de onze. We geloven in de missie van de coöperatie. Zo zijn het bij ons ook de medewerkers die de raad van bestuur bevolken. Een bank waar de klanten ook de eigenaars zijn, die hun eigen geld beheren: zo moet dat. De financiële wereld en het verbetertraject waar ze voor staat zijn overigens terugkerende onderwerpen in onze programmatie.”

Zodra het weer mag: allen daarheen!

Een duurzame loopbaan in de cultuur

Het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten is de vormings- en ontwikkelingsorganisatie voor organisaties die behoren tot paritair comite 304 voor podiumkunsten en muziek. Aan het hoofd ervan staat Maarten Bresseleers. Hij legt uit wat hun opdracht is: “Het Fonds groepeert een 700-tal organisaties uit het Nederlandstalig gebied. De sociale partners zijn onze bestuurders. Wij beheren een vacaturebank, beheren enkele sociale voordelen, zoals een eindejaarspremie en het aanvullend pensioen en organiseren bijscholingen voor alle medewerkers uit de sector. In het algemeen proberen we de sector verder te professionaliseren en het mogelijk te maken voor elke medewerker om een duurzame loopbaan uit te rollen in onze sector. Daarbij is er aandacht ook voor de problematiek van grensoverschrijdend gedrag, werkbaar werk en de diversiteit in de tewerkstelling.”

Het coronajaar hield ook in het Fonds stevig huis. Van 1 april tot 30 juni 2020 was de helft van de medewerkers tijdelijk werkloos en toen is een vierde van het personeel al moeten vertrekken. Het was een uitdagend jaar. De subsidiekap was een oplawaai, toch heeft vooral de coronacrisis erin gehakt. Deze periode heeft blootgelegd hoe precair de situatie van sommige mensen in de sector is. Denk bijvoorbeeld aan al die mensen die in werken met dagcontracten.”

Wat de lange-termijneffecten zullen zijn is nog niet duidelijk, maar dat de impact van de pandemie enorm was, zal niemand verbazen. “In het tweede kwartaal (eerste lockdown) was niet minder dan 50% van de sector in tijdelijke werkloosheid, in het derde en vierde (tweede lockdown) was dat nog respectievelijk een vijfde en een kwart. Aangezien er geen publieke activiteiten mochten plaatsvinden tijdens de lockdownfases, zijn er ook heel wat contracten niet doorgegaan. We zien dat er in het laatste kwartaal van 2020 nog ca. 10% minder werknemers aan de slag waren, al was het in tijdelijke werkloosheid, dan in dezelfde periode in 2019.”

Wie weleens vergeten wordt als het over de culturele sector gaat, zijn de mensen die de omkaderende diensten leveren: in de horeca, technici, grafici, enzovoort.  “De sector stelt heel veel mensen te werk, waar je misschien niet direct aan denkt,” zegt Maarten Bresseleers. “Wij hebben mensen die ook in de evenementensector werken, die mee podia gaan bouwen. Die sector is veel groter dan de onze en daar zitten ze helemaal met hun handen in het haar. Wie een goed zicht heeft op de weerslag zijn de sociale bureaus voor kunstenaars die bijvoorbeeld korte contracten in orde brengen. Daar is het effect zeer goed merkbaar.” Daarenboven is een snel herstel uitgesloten. Zelfs toen de zalen weer even open mochten, was dat met een beperkt publiek. Dat doet de uitkoopsommen dalen, maar de artiesten doen natuurlijk wel hetzelfde als voor een groot publiek. Je moet evenveel schrijven en even lang repeteren voor 200 als voor 2000 mensen. “Bij de uitvoering staan de makers voor een zaal die niet eens tot de helft is gevuld met gemaskerde mensen.”

Uitkijken naar een luxeprobleem

Onder andere de tijdelijke werkloosheidsuitkering heeft gelukkig wel een verschil gemaakt, zegt Maarten Bresseleers. “Er is veel contact geweest met de verschillende overheden, zowel de federale als de Vlaamse, dus de zorgen van de sector werden gehoord. Elk van de overheden heeft in de mate van het mogelijke geprobeerd om te zorgen dat mensen toch een vorm van inkomen hebben tijdens de crisis. Voorlopig worden de maatregelen ook telkens verlengd zolang een normale werking niet mogelijk is. Daarnaast zijn enkele financiële stimulansen uitgewerkt voor de relance, dus ja, ik denk dat het beleid wel heeft gedaan wat moest om onze sector door deze crisis te helpen, maar het blijft verder afwachten, natuurlijk.”

“Wat met de projecten zelf? Staat ons een lawine van uitgestelde voorstellingen en concerten te wachten? We hebben niet stilgezeten in de lockdowns en er ligt heel wat werk klaar om getoond te worden. Dat gaat zeker een bottleneck geven op de planken, maar dat is eerlijk gezegd een luxeprobleem. Zolang we nu maar kunnen openen en terug kunnen instaan voor verbeelding, plezier, vermaak en creativiteit. Mensen hebben meer nodig in het leven dan louter werken en winkelen en dat mag/moet het beleid ook erkennen. Dat kan perfect coronaproof gebeuren, zoals we na de eerste lockdown getoond hebben. Het blijft wel nog even afwachten of het publiek gemakkelijk de weg zal terugvinden naar onze activiteiten eens de pandemie is afgelopen.” 

Niet terug naar vroeger

Maarten Bresseleers ziet in de situatie een waarschuwing voor de toekomst. “Het is vooral duidelijk geworden dat we niet kunnen verder doen zoals we bezig waren. We moeten absoluut situaties vermijden waarin sommige mensen terecht zijn gekomen omdat ze bijvoorbeeld teveel onbetaald of enkel met kostenvergoedingen werken. Er is ook sprake van een aanpassing van de voorwaarden voor het artiestenstatuut, wat op federaal niveau moet worden beslist.” De sector heeft raar genoeg te lijden onder zijn eigen populariteit bij werkwilligen. Dat mag verbazen, want de voorwaarden zijn niet altijd zo glorieus: je wordt er zeker niet rijk van, je zit bijna altijd met avond- en weekendwerk, productieperiodes zijn extreem intens en vermoeiend.  “Veel mensen willen in de cultuur werken, ook als ze daarvoor te weinig of helemaal niet betaald worden. Dat is uiteraard geen goed nieuws voor de mensen die ervan moeten leven. Mogelijk evolueren we naar een sector met minder medewerkers, maar die dan wel betere arbeidsvoorwaarden krijgen.” De meest positieve evolutie is de professionalisering, zegt Maarten Bresseleers. “In de twintig jaar dat ik in de sector actief ben, is die er geweldig op vooruit gegaan. Daar staat een spijtige status quo tegenover, namelijk dat er nog altijd te veel wordt gedaan met te weinig middelen.”

Ook op andere vlakken is er nog ruimte voor verbetering, want de culturele sector is niet bepaald een voorloper op domeinen als digitalisering of horizontale bedrijfsstructuren. “Veel organisaties zijn erg klein en hebben niet voor alle aspecten van een werking de expertise in huis. Vaak is er wel passie en werklust bij de vleet, maar dat is niet altijd voldoende om een project te trekken.”

De beslissing om lid te worden van NewB was ingegeven door de wens om zeggenschap: “We zochten naar een plek om de reserves te investeren, bv. de pensioengelden. We willen toch graag weten wat er intussen met dat geld gebeurt. Bij NewB hebben we zicht op waar het geld naartoe gaat. Bij veel banken hebben fondsen wel ronkende namen, maar weet je toch nooit helemaal wat erachter zit.”

Honderd stille zangers

Niet alleen voor de professionele cultuursector zijn het nare tijden. Ook de liefhebber heeft heel wat moeten missen dit jaar. Denk maar aan mensen die hun weekend in de academie voor schone kunsten doorbrengen, of in een bandje spelen of de leden van het WOSHkoor die elke zondagavond met zijn honderd repeteren.

May Dierckx is woordvoerder van de organisatie met een naam als een windvlaag. “WOSH is een vzw waarvan de werking uit drie entiteiten bestaat: de Oxfam-Wereldwinkels van Heist-op-den-Berg en Berlaar en een solidariteitskoor.” De Werkgroep OntwikkelingsSamenwerking Heist, kortweg WOSH, ontstond in 1970. Tien jaar lang werd vergaderd, info-avonden georganiseerd en acties gevoerd.  “Toen wilden we ook op een andere manier bezig zijn met de zaak en wat meer mensen betrekken bij onze werking. Een van de leden was muzikant. We hebben dan het idee gekregen om een koor te starten,” vertelt May Dierckx. Vandaag telt dat koor meer dan 100 zangers, zangeressen, muzikanten. En al die leden keken uit naar 2020, want dan zou het WOSHkoor zijn veertigste verjaardag vieren.

“2020 moest een feestjaar worden dat we zouden afsluiten met drie premièreconcerten in november,” zegt May Dierckx. “Ons koorfeest op 14 februari is gelukkig nog kunnen doorgaan. Daarna was een tentoonstelling gepland met werk van de leden. De vernissage was op 6 maart en het was, dat durf ik stellen, echt heel mooi. Twee dagen later moest alles dicht vanwege de coronacrisis.” Ook de repetities hielden op, want zingen in groep is uit den boze sinds het virus de ronde doet. Dat was niet alleen voor de muziek een spijtige zaak. “Het koor vervult ook een belangrijke sociale functie. Niet dat we zo veel praten – tijdens de repetities wordt er hard gewerkt.  En toch voel je de sociale samenhang, vooral als er iets gebeurt en we elkaar nodig hebben, er is een diepe verbondenheid.” Dat viel allemaal weg tijdens de pandemie en dat lag niet alleen aan de maatregelen. “Veel van onze leden durfden zelf ook niet meer komen. Wij gaan ook al veertig jaar mee. Bij de start waren we twintig, maar intussen moeten we ook oppassen. Velen behoren tot de risicogroep.” Wat is het dan, die samenzang? “Het is een mooie, positieve manier om met de thema’s bezig te zijn die je belangrijk vindt. Je zet je ergens voor in, maar je creëert ook iets moois intussen. En zingen geeft veel energie. Het gebeurt wel eens dat je op zo’n zondagavond denkt: ai, repetitie, ik zou liever in mijn zetel blijven liggen. Maar dan ga je toch en je hebt er nooit spijt van. Het doet wel degelijk iets met een mens.”
Tijdens de eerste lockdown, toen samen repeteren niet meer mocht, werd iedereen gestimuleerd om op zondagavond thuis toch even te repeteren. Maar iedereen was blij toen in het najaar de repetities weer mochten doorgaan, al was het dan in een kleine groep: 1ste  zondag de tenoren en sopranen, 2e zondag de alten en de bassen, de 3e en 4e zondag telkens een vierstemmig koor, maar telkens maar de helft. De heropleving was ook hier van korte duur. In november ging alles weer dicht. De concerten werden afgelast. “Maar dat weekend vormden we wel een virtueel koor. En onze traditionele nieuwjaarsreceptie? Die ging ook door. Het feestcomité bezorgde elk koorlid een drankje, snoepje en een kaart.  En de dirigent zorgde voor een online nieuwjaarsspeech.”
Nu kijkt het koor reikhalzend uit naar het moment dat de repetities kunnen worden hervat. Want ’40 jaar WOSHkoor’ zal gevierd worden. Met drie concerten. Ze zijn gepland in oktober 2021.

In NewB heeft WOSH een bank gevonden die de vzw als gegoten zit. May Dierckx: “De raad van bestuur van de vzw besliste om NewB-lid te worden vanuit hun enthousiasme voor een bank die met dezelfde thematiek bezig is als wij. Het is gewoon heel fijn dat je je geld kunnen toevertrouwen aan een bank die het investeert in de dingen waar je zelf achterstaat. Het geeft ook een goed gevoel dat we inspraak hebben in wat er wordt beslist. Bovendien kan ik me helemaal vinden in het principe ‘1 coöperant, 1 stem’. Een tijdje terug las ik nog over de loonspanning van 1 op 5. Dat vind ik ook heel positief, al zou die wat mij betreft nog lager mogen. Interessant werk verdient een interessant loon heet het, maar er is ook heel veel nuttig en nodig werk dat minstens even belangrijk is, maar misschien niet zo interessant. Ik vind dat dat zeker even hard mag worden beloond.”

NewB heeft 340 lidorganisaties. We publiceerden eerder al artikels over leden die mooie dingen doen met ons voedsel, over de coöperaties in onze coöperatie, over de wijkgezondheidscentra en lokale munten

Schrijf je nu in voor de NewB-nieuwsbrief en mis geen enkele update over de bank. 

Blijf op de hoogte

Onze maandelijkse nieuwsbrief is een belangrijk communicatiemiddel. We informeren je en raadplegen je via enquêtes. Je blijft betrokken bij het reilen en zeilen van de coöperatie.

Inschrijven kan hier